| Je zegt dat jij me heel goed kent |
| En eigenlijk wel |
| Op mij uitgekeken bent |
| Wil je thee of wil je weg? |
| Je kijkt langs me heen |
| Het maakt niet uit wat ik nog zeg |
| Waarom hoor jij toch nooit die and’re kant van mij |
| De keerzij van wat ik allemaal beweer |
| Alleen in dromen |
| Krijgt een ander deel van ons een kans |
| En keert |
| Terug van waar het kwam |
| Het land van heb je ooit en raai 'ns wat |
| Mensen worden ingedeeld |
| Naar huidskleur of aard |
| Naar brutoloon of sterrebeeld |
| We doen elkaar daarmee tekort |
| Er is zoveel meer |
| Voor wie zijn ogen opendoet |
| Waarom zie jij toch nooit die and’re kant van mij |
| De keerzij van mijn eeuwige gelijk |
| Soms in m’n slaap |
| Als de verbeelding vleugels krijgt |
| Dan droom ik van |
| Een uithoek van de werkelijkheid |
| Jij denkt dat jij mij heel goed kent |
| En eigenlijk wel |
| Op mij uitgekeken bent |
| Er is een wereld van verschil |
| Hier vlak voor je neus |
| Tussen wat ik kan en wat ik wil |
| Waarom zie jij toch nooit die andere kant van mij |
| De keerzij van het redelijk verstand |
| Alleen in dromen |
| Krijgt een ander deel van ons een kans |
| En keert terug vanwaar het kwam |
| Het land van heb je ooit en raai eens wat |