| In een vreselijke vlaag van verstandsverbijstering |
| Belde ik je op |
| Jij zei: «O, hallo |
| En hoe gaat het er nou mee» |
| Ik sloeg me voor mijn kop |
| Was ik maar verkeerd verbonden |
| Sloeg de bliksem maar bij jou in |
| Na al die jaren nog hetzelfde |
| Voel ik weer die tegenzin |
| Jij had ogen met uitzicht op zee |
| Voor de rest had je weinig gebreken |
| Jouw borsten in een badhanddoek, daar zijn geen woorden voor |
| Nou ja, bij wijze van spreken |
| Op een persconferentie van het Argentijnse comité |
| Liep ik je tegen het lijf |
| En wat begon uit verveling |
| Ontaardde in verlangen |
| En willen dat je blijft |
| Ik zocht verzachtende omstandigheden |
| En stortte me in mijn werk |
| Kon ik die waanzin maar vergeten |
| Was mijn verbeelding maar zo sterk |
| Jij had ogen met uitzicht op zee |
| Voor de rest had je weinig gebreken |
| Jouw billen in een spijkerbroek, daar zijn geen woorden voor |
| Nou ja, de eerste paar weken |
| Een ogenblik van vertederering |
| verstoort soms het wankel evenwicht |
| Van zekerheden alleen in stand gehouden |
| Door degeen die naast je ligt |
| Jij had een man en twee kinderen |
| En ik een vrouw waar ik van hield |
| Was het geile roekeloosheid |
| Of wanhoop wat ons heeft bezield |
| Jij had ogen met uitzicht op zee |
| Die mij nooit echt hebben aangekeken |
| Bij het afscheid op de roltrap ging ik er onderdoor |
| Nou ja, bij wijze van spreken |