| Jij in mijn agenda |
| Met oostindische inkt |
| Hij op de veranda |
| Terwijl de merel zingt |
| Onder de bloeiende jasmijn |
| Een stuk brood en een glas wijn |
| Jij zegt het en hij weet het |
| Het zou voldoende moeten zijn |
| En met jou in de buurt voor altijd |
| Voor altijd, voor altijd |
| Voor altijd, voor zolang als dat duurt |
| Vergeet hij de tijd |
| De klok is stuk |
| De tijd staat stil |
| De lucht is lila |
| Door mijn paarse zonnebril |
| Ze zitten en zwijgen |
| Want praten en denken |
| Is een grotere luxe |
| Dan die armband die hij jou laatst heeft gegeven |
| Jij op je knieen |
| In het pas gemaaide gras |
| Hij lui in een ligstoel |
| Op zoek naar zijn glas |
| Slaperig lees je hem iets voor |
| Tot het aardedonker wordt |
| De buitenlucht bedwelmt ze |
| Ze komen zomers niks te kort |
| En met jou in de buurt voor altijd |
| Voor altijd, voor altijd |
| Voor altijd, voor zolang als dat duurt |
| Vergeet hij de tijd |
| Het is windstil |
| Geen blad beweegt |
| De muggen steken |
| Er zit onweer in de lucht |
| Ik lijk zo oplettend |
| Maar het is zo ontzettend |
| Moeilijk om wakker te worden |
| Als je alleen maar geleerd hebt om te dromen |
| Zij in de keuken |
| Met de pannen in de weer |
| Hij voert de goudvis |
| Voor de tienmiljoenste keer |
| Heus, dat beest heeft het toch goed |
| Want al is zijn kom te klein |
| Hij krijgt op tijd zijn eten |
| Hij zou tevreden moeten zijn |
| En met jou in de buurt |
| Voor altijd, voor altijd |
| Voor altijd, voor zolang als dat duurt |
| Vergeet ik de tijd |